Yoga - Meditation - Ayurvedic

Hatha yoga Pradipika 1

 

Hoofdstuk 1 Hatha yoga Pradipika

1. Ik begroet de oer Heer (SIVA), die (PARVATI) de HATHAYOGA- VIDYA leerde, wat als een trap is voor degene die de verheven RAJA-YOGA wensen te verkrijgen.

Uitleg: Bijna ieder werk over Yoga en de Tantra’s is in de vorm van een uiteenzetting van SIVA, de grote YOGINI, aan zijn gemalin Parvati.

Het woord HATHA is samengesteld uit de lettergrepen ‘ha’ en ‘tha’, welke betekenen zon en maan, ofwel PRANA en APANA. Hun Yoga of vereniging, d.w.z. PRANAYAMA, wordt HATHA-YOGA genoemd. In deze sutra en door het gehele boek wordt gesteld dat HATHA yoga slechts een deel van RAJA Yoga is. “Er bestaat geen RAJA-Yoga zonder HATHA ­Yoga en vice versa” (zie hoofdstuk 2 sutra 76).

2. SVATMARAMA Yogin, na zijn Heer en Guru gegroet te hebben, onderwijst de HATHA-VIDYA uitsluitend om RAJA -Yoga te verkrijgen.

Door het woord “uitsluitend “ te gebruiken wordt er duidelijk gemaakt dat het doel van HATHA-Yoga beoefening is om voor te bereiden op de RAJA-Yoga , niet om de SIDDHI-s (geestelijke krachten) te verkrijgen. Deze krachten zijn slechts bijkomstigheden. De cursus HATHA-Yoga is bedoeld om volledige controle over de lichamelijke organen en het verstand te krijgen, zodat de yogin een goede gezondheid zou mogen hebben en niet gehinderd wordt tijdens de cursus RAJA-Yoga, die hem zal leiden tot KAIVALYA of uiteindelijke bevrijding.

3. Aan hen die dwalen in de duisternis van tegengestelde leerstellingen, niet wetend van RAJA-Yoga, biedt de zeer mededogende SVATMARAMA yogin het licht van HATHA-VIDYA.

Hier zegt de auteur dat het onmogelijk is om RAJA-VIDYA te verkrijgen anders dan via de HATHA­VIDYA, dat is door MANTRA-yoga, LAYA-yoga, contemplatie op de beeltenissen van verschillende goden, etc. De naam van de auteur, SVATMARAMA yogin, geeft erg te denken. Het betekent “hij die genot vindt in de verbinding met zijn hogere Zelf”.

Dit is de laatste van de zeven stadia van kennis (jnana).
De Brahmavaristha vindt verrukking in zijn hogere Zelf.

De zeven stadia zijn aldus beschreven in de YOGA-VISISTHA, een van de meest gezaghebbende werken over Yoga:
Iemand die het juiste onderscheid gemaakt heeft tussen het bestaande en niet bestaande, die een gevoel van afkeer tegen de aardse genoegens ontwikkeld heeft, die nadat hij meesterschap over zijn organen, lichamelijk en mentaal, heeft verkregen, een diep verlangen koestert om verlost te worden van de cirkel van het bestaan, heeft het eerste stadium bereikt: SUBHECCHA, of het verlangen naar de waarheid.

Hij die heeft nagedacht over wat hij gelezen en gehoord heeft en het in zijn leven verwezenlijkt heeft, heeft het tweede stadium bereikt: VICARANA of de juiste vraag (Right inquiry). Wanneer het verstand de vele resten heeft verbannen, en stevig gefixeerd blijft op de Ene, heeft hij het derde stadium bereikt: TANUMANASA of de vermindering van mentale activiteiten. Tot nu toe is hij een SADHAKA of beoefener. Wanneer zijn verstand gereduceerd is door de vorige drie stadia, tot een staat van pure SATTVA, wanneer bij in zichzelf meteen de waarheid kent, ‘ik ben BRAHMAN”, dan heeft hij het vierde stadium bereikt: SATTVAPATTI of het verkrijgen van de staat van SATTVA. Hier wordt de Yogin een kenner van BRAHMAN (BRAHMAVID) genoemd.

Tot nu toe was hij SAMPRAJNATA SAMADHI aan het beoefenen, of contemplatie waarin zich nog steeds het bewustzijn van dualiteit bevindt. De drie overblijvende stadia vormen de ASAMPRAJNATA SAMADHI, d.w.z. zonder bewustzijn van de (triad): kenner, kennis en het gekende. Wanneer de Yogin niet gehinderd wordt door de SIDDHI's die zich manifesteren in dit stadium, bereikt hij bet stadium genaamd ASAMSAKTI (door niets aangeraakt worden). De Yogin heet nu BRAHMAVIDVARA.

Tot zover blijft bij bezig met bet uitvoeren van alle noodzakelijke plichten van zijn eigen wil. Wanneer bij overal niets dan BRAHMAN ziet, heet dat stadium PARARTHABHAVINI, d.w.z. waar de uiterlijke dingen niet lijken te bestaan. Hier voert de Yogin zijn functies uit aangespoord door een ander. Hij wordt BRAHMAVAR1STHA genoemd wanneer bij bet zevende en laatste stadium beeft bereikt. Waarin hij noch uit zichzelf, noch aangespoord door andere zijn dagelijkse plichten vervult, maar waarin bij in een staat van eeuwige Samadhi verblijft. Er wordt gezegd dat de schrijver van dit boek dit stadium heeft bereikt, zoals blijkt uit zijn naam Svatmarama.

4. MATSYENDRA, GORAKSA en anderen kenden de HATHA-VIDYA goed. De Yogin SVATMARAMA leerde het door hun aanmoediging.

5-9.SIVA, MATSYENDRA, SABARA, ANANDABHAIRAVA, CAURANGI, MINA, GORAKSA VIRUPAKSA, BILESAYA, MANTHANA, BHA!RAVA, SIODHI, BUDDHA, KANTHADI, KORANTAKA, SURANANDA, SIODHAPADA, CARPATI, KANERI, PUJYAPADA, NITYANATHA, NIRANJANA, KAPALIN, BINDUNATHA, KAKACANDISVARA, ALLAMA, PRABHUDEVA, GHODACOLIN, TiNTIN!, BHANUKIN, NARADEVA, KHANDA, KAPALIKA en vele andere grote SIDDHI-S, hebben de tijd overwonnen door de grote kracht van HATHA-YOGA en bewegen zich nu in het universum. 

10. De HATHA-Yoga is een beschermend klooster voor hen die verschroeid zijn door alle (drie) types van pijn (TAPA). Voor ben die zich bezighouden met de beoefening van elke soort Yoga, is HATHA Yoga als een schildpad dat (de wereld) draagt.

De drie types van pijn zijn ADHYATMIKA, ADHIDAR/IKA en ADHIBHAUTIKA. ADHYATMIKA is er in twee soorten: lichamelijk en mentaal; de ADHIDAIVIKA is dat lijden veroorzaakt door planetaire invloeden; en de ADHIBHAUTIKA, veroorzaakt door wezens als tijgers, slangen, etc.

11. De Yogins die SIDDHI wensen te worden moeten de HATHA-Yoga geheim houden. Omdat het krachtig is wanneer het geheim gehouden wordt en nutteloos wanneer het (onverstandigerwijs) bekend gemaakt wordt.

In dit boek, beschrijft de auteur deze processen in detail, maar toch zegt bij dat de Yogin het geheim moet houden. Daarom is het duidelijk dat niet alles geopenbaard wordt en dat de belangrijkste processen direct van de GURU geleerd moeten worden. Hieruit volgt dat bij die de beoefening van HATHA-Yoga begint na een theoretisch bestudering ervan en zonder GURU dit niet zonder nadelige gevolgen kan doen. De ADHIKARIN of kandidaat moet aan de volgende kwalificaties voldoen: Hij moet zijn plichten nakomen, en hij moet vrij zijn van persoonlijke motieven en relaties.

Hij moet zich vervolmaakt hebben in YAMA en NIYAMA, wordt later beschreven, en bij moet de intelligentie gecultiveerd hebben. Hij moet kwaadheid overwonnen hebben. Hij moet volledig toegewijd zijn aan zijn GURU en de BRAHMAVIDYA. Geen wonder dat de Meesters weigeren alle kandidaten aan te nemen zonder onderscheid te maken en zeggen dat een ingewijde een zeldzame verschijning van een tijdvak is.

SIDDHI verwijst of naar de acht SIDDHI-S of psychische krachten, of naar KAIVALYA of NIRVANA, dat het verkrijgen van de spirituele perfectie is. De acht SIDDHI-S zijn: ANIMAN, de kracht om heel klein te worden; MAHIMAN, de kracht om heel groot te worden; GARI MAN, de kracht om zwaar te worden; LAGHIMAN, de kracht om licht te worden; PRAPTI, de kracht om in de nabijheid te komen zelfs van verre objecten; PRAKAMYA, de kracht om te verkrijgen wat begeerd wordt;

ISITA, de kracht om elk ding te scheppen zoals gewenst; en VASITVA, de kracht om controle te hebben over alles.

12. Hij die HATHA-Yoga beoefent moet alleen wonen in een klein MATHA (klooster) gelegen in een plaats vrij van stenen, water en vuur in die mate als de afstand van een pijl uit de boog en in een krachtig, goed bestuurd koninkrijk, dat welvarend en vrij van verstoringen is. ‘Vrij van stenen, water en vuur” - Dit zijn overwegingen waar niet te gemakkelijk overheen moet worden gelezen, door iedereen de het moeilijke Yoga wil volgen. Met ‘water’ wordt vochtigheid of natheid bedoeld.

13. De MATHA moet een kleine deur hebben, zonder ramen; het moet vlak en zonden openingen zijn; het moet noch te hoog, te laag of te lang zijn. Het moet erg schoon zijn, goed ingesmeerd met koeienmest en vrij van alle insecten. Buiten, moet het aantrekkelijk zijn met een kleine gang (MANDAPA), een verhoogde zitplaats en een put, en omringd door een muur. Dit zijn de karak­tenistieken van een YOGA-MATHA zoals neergeschreven door de SIDDHA-S die HATHA-Yoga hebben beoefend.

Als het erg hoog is is het erg moeilijk om omhoog te komen; en als het erg lang is zal het oog van afdwalen. Nandikesvara voegt hier aan toe, ‘het klooster moet omringd zijn door bloementuinen en bosjes zodat het oog van de YOGIN op hen kan rusten en kalm zal worden. Op de muren van zijn kamer moet een tekeningen van de cyclus van het bestaan en de begeleidende ellenden gemaakt worden. Er moet een brandende grond en de NARAKA-s, d.w.z. de hellen of plaatsen van zuivering na de dood, afgebeeld worden, zodat de geest van de Yogin een afkeer en hekel krijgt van het aardse leven. 

14. Leven in zo’n klooster (de Yogin), in de geest (mind) vrij van zorgen, zou alleen (de hele tijd) Yoga moeten beoefenen, op de manier zoals geleerd door zijn GURU.

Er wordt hier duidelijk stilgestaan bij do noodzakelijkheid van het hebben van een GURU aan zijn zijde tijdens het beoefenen van Yoga.

Hij zou alleen PRANAYAMA moeten beginnen onder begeleiding van zijn GURU.’ Het werk genaamd RAJA-YOGA zet ook uiteen: ‘KAIVALYA wordt niet verkregen door welke hoeveelheid van bestudering van de VEDA-s, SASTRA-s en TANTRA- dan ook, zonder de begeleiding van een GURU.’ In de SKANDA-PURANA wordt gezegd: ‘ De acht stadia van de Yoga moeten alleen door een bekwaam Guru geleerd worden.’ En SURESVARACARYA verklaart dat alleen door de GURU het achtvoudige Yoga pad geleerd kan worden.

De SRUTI zegt: ‘De MAHATMAN-s openbaart die dingen alleen aan hem die zich diepgaand heeft overgegeven aan zijn GURU zoals ook aan God. Alleen bij die een ACARYA of GURU heeft weet het.’ De verschillende standaard boeken over YOGA zijn, denk ik, niet zozeer bedoeld voor de beginners en studenten, maar voor de GURU-s om te gebruiken als een soort gids om de training van de pupillen te regelen. In de HATHA-YOGA, waar een fout kan leiden tot dood of krankzinnigheid, is het absoluut nodig om een GURU te hebben, die succesvol de cursus doorlopen heeft, die duidelijk door het systeem heen kan kijken, en de effecten van verschillende processen observeert en hen bijgevolg verandert.

15. Yoga mist zijn doel door de zes (oorzaken) - over-eten, over-inspanning, overdadig gepraat, het observeren van (onpassende) disciplines, gemengd gezelschap en onevenwichtigheid.

De disciplines verwijzen naar het baden in koud water vroeg in de morgen, alleen ‘s avonds eten en het regelmatig vasten.

16. Yoga bereikt zijn doel door de zes (kwalificaties) - ijver, moedige standvastigheid, moed, ware kennis, vastberadenheid (in het geloof in de woorden van zijn GURU) en het verworpen van het gezelschap van (onpassende) mensen.

Om geen kwaad te doen, de waarheid te spreken, te onthouden van dat te nemen wat aan een ander behoort, controle te hebben over begeerte, onthouding te oefenen, geestkracht (fortitude ookwel standvastigheid, vastberadenheid) te hebben, dankbaar te zijn, oprecht te zijn, bescheiden te zijn met eten en zuiver te zijn - deze tien vormen YAMA.

Al deze aspecten van Yama verwijzen naar daad, woorden en gedachten.

Soberheid (TAPAS), tevredenheid, geloof in God, liefdadigheid, aanbidding van God, luisteren naar de uiteenzetting van (VEDANTISCHE) leerstukken, bescheiden hebben, een scherpzinnige geest, JAPA (het herhalen van gebeden) en opoffering (HUTA) deze tien vormen NIYAMA, zeggen de experts in YOGA.

Deze worden duidelijk uitgelegd in de SANDILYA UPANISAD, aldus: TAPAS is de soberheid van het lichaam door het naleven van het vasten, etc.

SAMTOSA betekend tevredenheid met dat wat men ongevraagd verkrijgt.

ASTIKYA betekent een geloof in het onderwijs van de VEDA.

DANA betekent het met overgave geven wat men rechtmatig heeft verkregen. Over dit punt zegt de BHAGAVAD GITA (17.20): SATTVIKADANA of liefdadigheid bestaat uit het geven van giften aan een waardig persoon die niets terug doet, op een goede tijd en plaats, simpelweg een kwestie van plicht.

ISVARAPUJA betekent het aanbidden, met een kalme en reine geest, van VISNU of RUDRA.

SIDDHANTASRAVANA betekent bestudering van de VEDANTA. Bescheidenheid betekent een afkeer om een iets te doen wat verboden is door de VEDA-s en SASTRA-s. Een scherpzinnige geest (MATI) betekent overgave aan de wegen beschreven in de VEDA-s.

JAPA is beoefening van de MANTRA-s die niet verboden zijn door de VEDA-s, zoals geleerd door de GURU. Dit kan op twee manieren: hoorbaar en intern. Interne JAPA is het mentaal herhalen van de MANTRA-s. De weg van de ontwikkeling die hier is omschreven zou voor iedereen de meest natuurlijke en meteen de meest effectieve weg lijken. Het verkrijgen van YAMA en NIYAMA omvat alle actieve en passieve deugden.

De vier SADHANA-s, of de noodzakelijke disciplines voor een SISYA of een discipel, namelijk onderscheid tussen permanent en impermanent; perfecte onverschilligheid ten opzichte van de objecten van begeerte van de laagste vormen van het aardse leven tot dat van de Demiurgos; het verkrijgen van de zesvoudige kwaliteiten; en het intense begeren naar en het voortdurend streven naar bevrijding - deze zijn allemaal ingesloten in de eerste twee stadia van Yoga. Op deze manier is de geest op een natuurlijke wijze bevrijd van iedere hechting aan de aardse objecten, en daarom op de goede weg om te slagen in concentratie.

De ASANA-s en PRANAYAMA komen op het juist moment en verwijderen ieder verstorend element opkomend uit het lichaam en zijn neigingen. De weg naar het hogere pad is nu glad en gemakkelijk. Maar de grond is moeilijk te begaan en maar weinigen hebben de moed om door te gaan of het geduld om te volbarden onder herhaaldelijk falen; zodat bijna negenennegentig van de honderd beoefenaars afgeschrikt worden door het vooruitzicht en beginnen met de makkelijkste en meest praktische punt, d.w.z. ASANA en PRANAYAMA.

Zij verbeelden zich dat de grote en verbazingwekkender resultaten behaald kunnen worden door middel van de makkelijkste tastbare processen in een onvoorstelbaar korte tijd. Maar als zij niet eens een schaduw van deze geprofeteerde krachten kunnen vinden, geven zij alle pogingen op. Deze ontsnappen makkelijk. Maar vele begaan serieuze fouten in het proces en beëindigen hun even als maniakken of plegen zelfmoord. Deze realiseren zich niet het belangrijke feit dat de enorme krachten beloofd zijn als een resultaat van een cursus van PRANAYAMA, alleen als het beoefend wordt door iemand die in zichzelf de moraal en do spirituele kwaliteiten, ingesloten onden YAMA en NIYAMA, heeft geperfectioneerd.

Dit punt is prachtig naar voren gebracht in de YOGA-VASISTHA in het volgende verhaal: Een SAMNYASIN zonderde zich af in de jungle en beoefende PRANAYAMA voor vele jaren, maar zonder enige van de voorspelde krachten te realiseren. Toen ging hij naar een wijsgeer en vroeg hem eerwaardig hem de Yoga te leren. De wijsgeer zei hem bij hem te blijven, en voor de eerste twee jaar kwam bij alle vurige solicitaties naar instructies van zijn leerling tegemoet met “Wacht”. Uiteindelijk, was de SAMNYASIN gewend geraakt aan de situatie en vergat zijn meester lastig te vallen voor meer instructies. Na twaalf jaar, riep de RSI op een dag zijn pupil bij hem en vroeg hem de lettergreep OM uittespreken.

Toen do SAMNYASIN bij de eerste letter aankwam, RECAKA zette het proces waarbij de lucht in de longen uitgeademd wordt, natuurlijkenwijs in. Toen bij de tweede letter beëindigd had, PURAKA zette het proces van inademing in. Na de derde letter begon, KUMBHAKA, of het proces van het vasthouden. Zoals een vuurvonkje een veld van drooggras pakt en het hele veld in een paar minuten in brand staat, zo brengt de uitspraak van de heilige lettergreep activiteit in de spirituele vermogens die tot nu toe liggen te slapen in de pupil, en in een korte tijd had hij de eerste stadia van PRATYAHARA, DHARANA en DHYANA gepasseerd, en zich gevestigd in de puur en verheven staat van SAMADHI.

Het belang van het verbaal ligt voor ons in het feit dat de wijsgeer geduldig wachtte op de natuurlijke ontplooiing van de leerling’s spirituele neigingen en zuivering van zijn natuur door zijn verbondenheid en omgeving. Hij koos het goede moment en kijkend naar zijn leerling als door een glas, bracht hij op een simpele manier psychische en spirituele resultaten teweeg, waar personen, onbekend met de basis van Yoga en zonder leiding van een Meester, jaren voor werken om te verkrijgen. Als dit begrepen was en het belang volledig gerealiseerd werd, zouden er minder slachtoffers en mislukkingen zijn.

17. ASANA-s worden op de eerste plaats beoefend omdat zij het eerste stadium van HATHA-Yoga zijn. ASANA-s maken een persoon standvastig, vrij van ziektes en makkelijk bewegend.

Van ASANA wordt gezegd dat het iemand standvastig maakt, omdat het de RAJOGUNA, die wisselvalligheid van de geest veroorzaken, dood maakt. Door ziekten te verwijderen wordt concentratie vergemakkelijkt; PATANJALI zegt: ‘ziekten, saaiheid, twijfel, onoplettendheid, traagheid, aardse - gerichtheid, valse denkbeelden, het missen van de essentie en instabiliteit zijn de oorzaken voor afleiding van de geest en zij zijn obstakels”. Gewichtigheid van het lichaam komt voort uit het overgewicht van TAMAS, en ASANA verwijdert dit.

Ofschoon het onmogelijk is om de belangrijke waarheden die onder de verschillende Asana-s liggen duidelijk uit te leggen of te realiseren, totdat het menselijke systeem is begrepen in al zijn ingewikkeldheden en details. Toch kan gezegd worden dat de verschillende standen vele belangrijke resultaten (lichamelijk en anders) teweeg brengen. Bijvoorbeeld, gedurende verschillende van hen, zijn verschillende zenuwcentra geactiveerd; deze helpen effectiefom de onregelmatigheden in het lichaam te controleren en wat nog mooier is, maar niet minder waar, is het zuiveren van onze geestelijke natuur, d.w.z. de onderdrukking van sommige van onze dierlijke passies.

Verschilllende ziektes veroorzaakt door een buitensporigheid of een onregelmatigheid in de humeuren van het lichaam - wind, gal en slijm -worden verwijderd door de ASANA-s. Physiologisten zullen hier een uitgestrekt onderzoeksveld vinden.

 

18. Ik zal verder gaan met het beschrijven van sommige ASANA-s geaccepteerd door wijsgeren als VASISTHA en Yogi-s als MATSYENDRA.

VASISTHA en MATSYENDRA waren beide DHYANIN-s en YOGI-s . Maar de eerstgenoemde neigde meer naar DHYANA en de tweede naar YOGA.

19. De beide voetzolen correct geplaatst tussen de dijen en de knieën, moet men in evenwicht en met een recht lichaam zitten. Dit wordt SVASTIKASANA genoemd.

20. Plaats de rechter enkel naast de linker bil en de linker (enkel) naast de rechter (bil). Dit is GOMUKHASANA, en lijkt op het gezicht van een koe.

21. Plaats een (de rechter) voet stevig op de andere (linker) dij en de (rechter) dij op de andere (linker) voet. Dit wordt VIRASANA genoemd.

22. Druk de anus stevig met de enkels in tegengestelde richtingen en zit goed in evenwicht. Dit is volgens de YOGIN-s KURMASANA.

23. Zittend in de PADMASANA, stop de handen tussen de dijen en de knieën; plaats deze stevig op de grond, en kom omhoog (gesteund op de handen). Dit is KUKKUTASANA.

24. Vanuit de KUKUTASAN stand (bandha), kronkel de armen om de nek en ga op de rug liggen als een schildpad. Dit wordt UTTANA KURMASANA genoemd.

25 De tenen vasthoudend met de handen (hou een arm uitgestrokt naar voren en) trek (de ander) op naar het oor als of je een boog spant. Dit wordt DHANURASANA genoemd.

26. Plaats de rechter voet op de basis van de linker dij, en de linker voet aan de buitenkant van de rechter knie. Hou (de rechter voet) (met de linkerhand en de linker voet met de rechterhand) vast en blijf met het lichaam omgekeerd (naar links). Deze ASANA is beschreven door MATSYENDRA.

27. Deze MARSYENDRASANA (welke de honger versterkt door) het aanwakkeren van het maagvuur, is een wapen dat alle vreselijke ziektes van het lichaam verwoest; met (dagelijkse) beoefening wekt het de KUNDALINI en maakt de Maan in de mens rustig.

Er wordt gezegd, dat de Maan zich bevindt boven de wortel van het gehemelte, waaruit gestaag, koele, goddelijke nectar druppelt dat verloren gaat door vermenging met het maagvuur. Maar deze asana voorkomt dit. 

Er wordt een eigenaardig verhaal over MATSYENDRA verteld, van wie gezegd wordt de leerling van ADINATHA of SIVA te zijn. Op een keer ging Siva naar een verlaten eiland, en toen hij het onbewoond vond, leerde bij zijn vrouw PARVATI de mysteries van de Yoga. Een vis die bij toeval de kust naderde hoorde alles en bleef bewegingloos, met zijn geest goconcentrerend. ADINATHA bemerkte toen de vis hem uiterst dank­baar met water besprenkelde, dat de vis de Yoga geleerd had. Meteen. word bij een Siddha in het bezit van een goddelijk lichaam en wend MATSYENDRA genoemd.

Dit is sterk symbolisch en geeft te denken. Vergelijk het verhaal van de MATSYA AVATARA en de vis aan wiens hoorn de HINDU ARK van VAIVASVATA tijdens de vloed was vastgebonden. Voor enkele waardevolle hints voor de verklaring hiervan. Zie het artikel van Madame BLAVATSKY over” Lamas and Druses” in The THEOSOPHIST, juni 1881, pagina 196 voetnoot.

28. Strek beide benen uit, op de grond, zonder ze te buigen, en pak met de handen de tenen van de voet, plaats het voorhoofd op de knieën en rust zo. Dit is PASCIMATANASANA.

29. Deze moest voortreffelijke van alle Asana’s, PASCIMATANA, laat de adem door de SUSUMNA stromen, stimuleert het maagvuur, maakt de lendenen lenig en verwijdert alle ziektes van de mensen.

30. Plaats de handen stevig op de grond en steun op de ellebogen de zijden van de navel, het lichaam opgericht in een verheven houding in de lucht als een stok (d.w.z. recht en stijf, de voeten boven de grond op dezelfde hoogte als het hoofd). Deze positie noemen ze MAYURA.

Deze houding lijkt op de evenwichtsoefening in de moderne gymnastiek op de brug.

31.De MAYURASANA geneest alle ziektes als GULMA (opzetting van de klieren), UDARA oedeem en andere maagziektes),etc. snel, en komt het uit balans zijn van de humeuren te boven (namelijk VATA, PITTA en KAPHA). Het maakt al het eten tot as, (d.w.z. zonder onderscheid gegoten, maakt het geschikt voor vertering), ontsteekt het maagvuur en zorgt dat het opgenomen wordt (zelfs) de KALAKUTA (een vreselijk vergif).

Gedurende het ronddraaien van de oceaan door de goden en de ASURA’s, was het vergif KALAKUTA of HALAHALA het eerste dat er uit kwam. Het begon de drie werelden te verbranden en er kon geen god over gehaald worden om het tegen te houden. Uiteindelijk heeft Siva het doorgeslikt, maar voordat het door zijn keel naar beneden ging hield PARVATI zijn keel stevig vast. Zo bleef het in de keel van Siva en werd donkerblauw. Van toen af aan was zijn naam KALAKAN­THA of NILAKHANTA d.w.z. blauwkelig. Dit is een van de grote kosmisch mysteries.

32. Op de rug liggend op de grond (in de volle lengte) zoals een lijk is SAVASANA. SAVASANA verwijdert vermoeidheid (veroorzaakt door andere asana’s) en veroorzaakt rust van de geest.

33. De Asana’s gepropageerd door Siva zijn 84 in getal. Van deze zal ik er vier beschrijven die de beste zijn.

GORAKSA zei: “Er zijn zoveel Asana’s als er mogelijkheden van zijn. Siva bad en 84 opgenoemd en hij alleen kent ze”. Van deze had bij en 84 geselecteerd; hiervan, zijn en vier het meest belangrijk en bruikbaar.

34. Deze vier, SIDDHA, PADMA, SIMHA en BHADRA (asana’s) zijn de beste. Van deze vier kan SIDDHASANA, de meest comfortabele altijd gedaan worden.

35. De SIDDHASANA (wordt nu beschreven): druk het perineum in met de basis van de linker hiel en plaats de (andere) voet stevig boven de penis (of vagina). Houd de knie stevig op de borst. Blijf bewegingloos met de zintuigen onder controle en kijk met een vaste blik naar de plaats tussen de wenkbrauwen. Dit wordt SIDDHASANA genoemd; het gooit de deur naar de bevrijding open.

36. Volgens een andere mening is SIDDHASANA het plaatsen van de linker enkel boven de penis en de andere enkel erboven houden.

De SIDDHASANA zoals in het vorige vers beschreven wordt beoefend door de volgelingen van Matsyondra. De volgende beschrijving wordt geprefereerd door andere YOGIN’s.

37. Sommigen zeggen dat dit SIDDHASANA is, anderen kennen het als VAJRASANA; sommigen noemen het MUKTASANA en andere spreken van GUPTASANA.

De houding zoals eerst beschreven heet SIDDHASANA. De zelfde, met de rechter hiel tegen het perineum en de linker voet boven de penis, is VAJRASANA. De MUKTASANA is het plaatsen van een hiel onder het perineum en de andere hiel er boven. GUPTASANA is beschreven in vers 36 hier boven.

38. De siddha-s weten dat van de Yama-s een bescheiden dieet het belangrijkst is, en van de Niyama-s geweldloosheid en van al de ASANA-s de SIDDHASANA.

39. Van de 84 houdingen zou men altijd SIDDHASANA moeten beoefenen. Het zuivert de 72000 NADI-s.

40. De yogin die, op het Zelf contempleert en een bescheiden dieet volgt, SIDDHASANA voortdurend gedurende 12 jaar beoefent, verkrijgt voldoening.

41. Als men de SIDDHASANA onder de knie heeft, welke waarde hebben de andere ASANA-s dan? Als de levensadem goed beheerst wordt bij de beoefening van KEVALA KUMBHAKA, komt de UNMANI AVASTHA, die verrukking geeft, vanzelf zonder enige moeite.

42. Als de SIDDHASANA alleen volledig beheerst is, volgen de drie BHANDHA-s zonder inspanning vanzelf.

De BHANDHA-s zijn MULA-BHANDHA, UDDIYANA-BHANDHA en JALAMDHARA-BHANDHA. Omdat deze en de UNMANI-AVASTHA later nog beschreven worden, worden ze hier niet verder uitgelegd.

43. Er is geen ASANA als de SIDDHA, geen KUMBHAKA als de KEVALA, geen MUDRA als de KHECARI, en geen LAYA (absorptie van de geest) als dat van het innerlijk geluid (NADA).

44. Dan (wordt) de PADMASANA (beschreven): plaats de rechter voet op de linker dij en de linker voet op de rechter dij, kruis de handen achter de rug en hou de tenen stevig vast (de rechter teen met de rechter hand en de linker teen met de linker). Plaats de kin op de borst en kijk naar het puntje van de neus. Dit wordt PADMASANA genoemd; het vernietigt de ziekten van de zelfbeheerste (yogin-s).

De geheime les is dat en altijd een ruimte van vier ANGULA-s of drie inches tussen de borst en de kin moet zijn.

45,46. Een andere manier: plaats de voeten met (de nodige) inspanning, de voetzolen omhoog, op de (tegenovergestelde) dij en plaats de handen, palmen omhoog gericht, tussen de dijen; richt de ogen op het puntje van de neus en plaats (het puntje) van de tong op de wortel van de voortand, en de kin op de borst en laat langzaam de PRANA omhoogkomen (met het samentrekken van de anus in de MULABHANDHA).

47. Dit wordt PADMASANA genoemd; het vernietigt alle ziekten. Het kan niet volbracht worden door gewone mensen. Alleen de intellectuelen volbrengen het.

48. Goed gezeten in PADMASANA met, de palmen op elkaar (op de schoot) de kin stevig op de borst en contempleer (Brahman) in de gedachte (citta), herhaaldelijk de APANA opwaarts brengend [door de anus samen te trekken] en breng de ingeademde Prana omlaag. Hierdoor verkrijgt een man ongeëvenaarde kennis door de kracht van KUNDALINI (welke opgewekt wordt door dit proces).

Door de verbinding van de PRANA en de APANA, wordt het maagvuur aangewakkerd en de slang KUNDALINI, die drie en een half maal opgerold ligt, de opening van de SUSUMNA sluit met de mond, voelt dit en, strekt zich, begint omhoog te bewegen. Dan zouden de PRANA en APANA gedwongen worden door de opening in de SUSUMNA. Dit proces is dat van de JALAMDHARA­BHANDHA.

49. De Yogin, gezeten in de PADMASANA houding, wordt bevrijd, door het stabiliseren van de adem, die naar binnenkomt door de NADI-s; hierover is geen twijfel.

50. Dan (wordt) SIMHASANA (omschreven): plaats de enkels onder het scrotum, aan beide zijden van het perineum, de rechter enkel op de linker zijde, en de linker enkel op de rechter.

51. Plaats de palmen op de knieën, de vingers gespreid, en kijk met de mond geopend naar het puntje van de neus met een geconsenteerde geest.

52. Dit is SIMBHASANA, van grote waarde geacht door de hoogste yogin-s. Deze meest excellente ASANA vergemakkelijkt de drie BHANDHA-s.

53. Vervolgens (wordt) de BHADRASANA (beschreven): plaats de enkels onder het scrotum naast het perineum, de linker enkel aan de linker en de rechter enkel aan de rechter (zool tegen zool).

54. Hou de voeten stevig met de handen vast, welke aan hun kant zijn en blijf bewegingloos. Dit is BHADRASANA die alle ziektes vernietigt. De Yogin-s die Siddha-s zijn geworden noemen dit GORAKSASANA.

55. Daarom moeten de beste Yogin-s, vrij van vermoeidheid in het beoefenen van ASANA-s en BHANDHA-s, zuivering van de NADI-s, MUDRA-s, etc. en controle van de ademhaling beoefenen.

56. ASANA-s, de variaties van KUMBHAKA, de houdingen genaamd MUDRA (d.w.z. MAHAMUDRA, etc.), en bovendien concentratie op NADA (innerlijk geluid) bevatten de volgorde van de beoefening van HATHA-yoga.

57. De BRAHMACARIN (iemand die toegewijd is aan BRAHMAN, die een kuis leven leidt) die, een bescheiden dieet volgend, doelbewust met yoga bezig is, afstand doet van de vruchten van zijn handelingen), wordt na een jaar een Siddha. Hier is geen twijfel over.

58. Met ‘bescheiden dieet’ wordt bedoeld aangenaam en zoet eten, een vierde van de maag leeg houdend, (als een offer) om SIVA te plezieren.

De yogin zou twee delen van zijn maag met eten en een deel met water moeten vullen, en een deel vrij moeten houden voor de doortocht van lucht. ‘SIVA plezieren’ betekent dat bij zou moeten denken dat degene die eet SIVA is en niet hijzelf; zoals de SRUTI-s zeggen: “de eter is MAHASVARA, de grote Heer”.

59. Van de volgende dingen wordt beweerd dat zij niet heilzaam voor yogi’s zijn: dingen die bitter, zuur, pikant, zout, heet ,zijn, groene groenten [andere dan die zijn voorgeschreven], zure pap, [sesam of mosterd] olie, sesam, mosterd, alcohol, vis, vlees ook geitenvlees, gestremde melk, karnemelk, horse-gram, fruit van do jujube, oliecakes, asafoetida en knoflook. Met bitten, worden substanties als bitter gourd bedoeld. Zuur als tamaninde; pikant als chillies; verwarmend als jaggery, die de temperatuur van het lichaam vermeerderen.

60. Voedsel van de volgende aard zou vermeden moeten worden omdat het ongezond is: eten dat (nadat het gekookt is en koud geworden is) weer opgewarmd wordt; wat droog is (d.w.z. verstoken van vet) of een overmaat van zout of zuur heeft; dat slecht is, of teveel groente erin gemengd heeft.

61. In het begin moeten, vuur, vrouwen (d.w.z. sex) en reizen gemeden worden. Zoals GORAKSA zei: ”Associëren met slecht gezelschap, (koesteren bij het) vuur, vrouwen en lange reizen, vroeg in de ochtend baden, vasten, etc. en zware lichamelijke activiteiten zouden vermeden moeten worden’.

Koesteren bij het vuur, sexueel contact en lange voetreizen naar heilige plaatsen zouden vermeden moeten worden gedurende de eerste periode van de beoefening. Wanneer de beginneling de oefe­ningen volledig beheerst, mag bij naar keuze toevlucht nemen tot het vuur gedurende de winter. sexueel contact hebben met zijn vrouw gedurende de juiste tijd (zoals uitgelegd in de SMRTI-s), en voetreizen naar heilige plaatsen mits hij een GRHASTHA (huisvader) is. Dat dit de visie van de auteur is blijkt uit het geciteerde vers van GORKSANATHA. ‘s Ochtends vroeg baden brengt kou, vasten en andere dergelijke praktijken belasten het Lichaam; daarom zouden deze gemeden moeten worden. Vasten bevordert afscheiding van gal.

62. De volgende dingen zijn geschikt om door een Yogin genomen te worden: tarwe, rijst, gerst, het graan genaamd SASTIKA en gezuiverd voedsel, melk, ghee, bruine suiker, baton, suikergoed, honing, droge gember. de groente genaamd PATOLAKA, en de vijf- groente (in het Sanskriet JIVANTI, VASTUMULY. AKSI. MEGHANADA en PUNARNAVA), groene gram en zuiver water.

63. De yogin zou voedzaam en lekker eten moeten mengen met ghee en melk, etc.; het zou de DHATU-s moeten voeden, en aangenaam en geschikt zijn.

De Yogin-s kan buffel melk gebruiken als bij geen pure koeienmelk kan krijgen. Hij kan verschillende soorten taart nemen die voedzaam en aangenaam zijn.
Er zijn zeven DHATU-s. Zij zijn plasma, vlees, blood, beenderen, meng, vet en zaadcellen.

64. leden persoon die niet sloom is in het streven naar de verschillende vormen van yoga, verkrijgt SIDDHI-s door oefening, of hij jong, oud of zelfs erg oud, ziek of zwak is.

65. Diegene die doelbewust oefent zal de SIDDHI-s verkrijgen, echter niet degene die ijdel is. Yoga­-Siddhi wordt niet verkregen enkel door het lezen van de SASTRA-s.

66. SIDDHI wordt niet behaafd door het dragen van de kledij (van een Yogin), of door het praten erover; oefening allen is de oorzaak van succes. Dit is de waarheid, zonder twijfel.

67. De ASANA-s, de verschillende KUMBHAKA-s, en de uitstoomde KARANA-s (posities zoals de MAHAMUDRA) moeten alle, op het pad van de Hatha-Yoga, beoefend worden zodat de vruchten van de Raja-Yoga verkregen wordt.