Yoga - Meditation - Ayurvedic

Hatha yoga pradipika 4

 

Hoofdstuk 4 Hatha yoga Pradipika

 

1. Gegroet zij Siva, de Guru, die de vorm heeft van NADA, BINDU en KALA; degene die altijd hieraan is toegewijd verkrijgt het vlekkeloze stadium (vrij van MAYA).

Dit hoofdstuk is volledig gewijd aan Raja Yoga. De NADA is een mystiek geluid gelijk aan de naklank van het geluid van een bel en voorgesteld door een halvecirkel in OM. BINDU is de M-klank van de ANUSVARA in de PRANAVA. KALA is een specialisatie van NADA.

2. Nu zal ik het voortreffelijke proces van de SAMADHI uiteenzetten, welke de dood vernietigt en leidt tot (eeuwig) geluk en de hoogste zaligheid van (absorptie in) BRAHMAN schenkt.
 

  • “Vernietiging van de dood” betekent het mogelijk maken voor de yogi zijn lichaam af te schudden wanneer hij Wil. Dit wordt later uitgelegd.
  • Het geluk van een JIVANMUKTA komt tot stand wanneer de geest rustig is geworden en de VASANA-s (verkregen neigingen) zijn vernietigd.
  • Zaligheid is dat van VIDEHAMUKTI, als de PRABDHA-KARMAN uitgeput is en er een permanente verbinding plaats vindt tussen de JIVA en PARABRAHMAN.


3, 4. Raja-yoga, Samadhi, Unmani, Manonmani, Amaratva (onsterfelijkheid), Laya (absorptie), Tattva (waarheid), Sunyasunya (leeg en toch ook niet-leeg), Paramapada (de hoogste staat), Amanaska (de geest te boven gaan), Advaita (geen-dualiteit), Niralamba (zonder steun), Niranjana (zuiver), Jivanmukti (bevrijding in het lichaam), Sahaja (natuurlijke staat) en Turya, dit zijn allemaal synoniemen.

5. Samadhi wordt uitgelegd: Zoals zout met water een wordt en erin oplost, zo gaan in Samadhi de geest en het zelf (atman) in elkaar op.

6. Wanneer de Prana geen enkele beweging heeft (in kumbhaka) en de geest geabsorbeerd is in het Zelf, dat stadium van harmonie wordt Samadhi genoemd.

Dit is het stadium van SAMPRAJNATA SAMADHI beschreven door Patanjali.

7. Dat stadium van evenwicht dat de verbinding van de Jivatman en Paramatman vormt, waarin een eind is gekomen aan alle begeerte-denkbeelden, wordt Samadhi genoemd.

Dit is ASAMPRAJNATA SAMADHI waarin geen onderscheid is tussen kenner, gekende en kennen.

8. Wie kent werkelijk de grootheid van Raja-yoga?
Spirituele kennis (inana), vrijheid (mukti), evenwichtigheid (sthiti) en perfectie (siddhi)worden verkregen door onderwijs van de Guru.

9. Zonder het mededogen van de ware Guru, zijn het afzweren van sensuele pleziertjes, de kennis van Waarheid en de natuurlijke staat van het Zijn (Sahajavastha, dat de hoogste staat is), heel moeilijk te bereiken.

10. Als de grote Kracht (Kundahini) gewekt is door de verschillende Asana-s, de verschillende Kumbhaka-s en Mudra-s, is de Prana rustig in de leegte (BRAHMARANDHRA).

11. In de yogi in wie de (Kundalini) Sakti is gewekt en die vrij is van alle karman-s, komt de echte natuurlijke staat van zelf.

In de beoefening van de asana-s, worden alle lichamelijke activiteiten beëindigd, en alle acties worden beperkt tot prana en de zintuigen. Door Kumbhaka, wordt de beweging van prana en de zintuigen vastgehouden, en blijft de mentale activiteit over. Door Pratyahara, Dharana, Dhyana en Samprajnata Samadhi, stopt de mentale activiteit en zijn de activiteiten beperkt tot de Buddhi. Door complete afwezigheid van gehechtheid en lange beoefening van Samprajnata Samadhi, stoppen de activiteiten van de Buddhi en verkrijgt de yogi zijn originele onveranderlijke staat, wat de uiteindelijke zaligheid is.

12. Wanneer de Prana in de Susumma vloeit en de geest geabsorbeerd is in de leegte, dan heeft de kenner van Yoga [hij die het veranderen van de geest kan stoppen] alle Karma ontworteld.

Leegte betekent Brahman onaangeraakt door tijd, ruimte of materie.

13. Gegroet zij U, 0 Onsterfelijke, die zelfs die Tijd heeft overwonnen, in wiens kaken dit universum valt, met alle beweeg-lijke en onbeweeglijke dingen.

Hier worden de perfecte yogi-s bedoeld met de term Onsterfelijke.

14. Wanneer de geest een stadium van kalmte heeft bereikt en de Prana door de Susumma beweegt, dan is er Amaroli, Vajroli en Sahajoli.

Deze soetra laat zien dat Vajroli en de andere soortgelijke processen niet lichamelijk zijn, maar een symbolische betekenis hebben.

15. Hoe kan spirituele kennis ontstaan in de geest, zolang de Prana leeft (actief is) en de geest niet dood is (niet gehoorzaamd hoeft te worden)? Hij die ervoor zorgt dat zowel prana en de geest rustig worden verkrijgt bevrijding. Geen ander persoon kan dit doen.

De prana leeft zolang het door Ida en Pingala vloeit; De zintuigen even zolang zij objecten zoeken; De geest leeft zolang het gevormd wordt door verschillende objecten.Prana sterft wanneer het zonder beweging in Brahmarandhra blijft. De geest sterft wanneer het niet gewijzigd wordt door objecten. In deze soetra wordt gezegd dat Yoga essentieel is voor de Jnana.

In de YOGAVIJAYA, vraagt Parvati: “Sommigen zeggen dat bevrijding verkregen wordt door kennis alleen; wat is dan het doel van Yoga?’ Siva antwoordt hierop: “Een gevecht wordt gewonnen door een zwaard; maar wat is een zwaard zonder oorlog en dapperheid? Zij zijn beide absoluut noodzakelijk.”

Als gezegd wordt dat Koning Janaka en andere grote mannen absoluut geen Yoga beoefenden, dan is het antwoord: Koningen als Janaka, Vaisya-s als Tuladhara, Sudra’s als Pailavaka, vrouwen als Maitreyi, Sarngi, Sandili, cudala, hebben kennis verkregen zonder beoefening van Yoga, omdat zij Yoga geperfectioneerd hadden in voorgaande incarnaties.

Wij horen ook dat door de kracht van Yoga in vorige levens beoefend, velen het stadium van Brahma, zonen van Brahma, Devarsi, Brahmarsi, Muni en Bhakta hebben bereikt. Zij verkregen volledige kennis zonder ingewijd te zijn door een Guru. Van Hiranyagarbha (Bhahma), Vasistha, Narada,Suka, Vamadeva en Sanatkumara wordt gezegd dat zij als Siddha’s geboren zijn.

16. Altijd op een geschikte plaats blijvend, na goed te hebben geleerd de Susumna te openen en de Prana door het centrum (Susumna) te laten stromen, moet het in bedwang gehouden worden in de Brahmarandhra.

De plaats moet plezierig etc. zijn, zoals beschreven in hoofdstuk 1.12.

17. De Zon en de Maan brengen (de verdeling van) Tijd in de vorm van dag en nacht teweeg. Susumna vernietigt Tijd. Dit is een geheim.

De Prana beweegt ongeveer een uur in de Ida (maan) en dan in de Pingala (Zon). Dus twee uren vormen een dag voor de Yogi. De gewone dag bestaat uit twaalf van deze dagen. Wanneer de Prana de Ida en Pingala verlaat en in de Susumna blijft, dan is er geen Tijd. Daarom wordt gezegd dat Susumna de Tijd vernietigt. De Yogi die van te voren het uur van zijn dood kent brengt zijn Prana naar Brahmarandhra en vreest de Tijd niet en legt zijn lichaam af wanneer hij wil.

18. Er zijn 72.000 Nadi kanalen in deze kooi (het lichaam).Hiervan is Susumna de kracht die behoort tot Sambhu (Sambhavi Sakti). De andere (Ida, Pingala, etc) zijn van weinig belang.

19. Wanneer de ademhaling onder controle is, moet het gebruikt worden om Kundalini samen met het maagvuur te wekken, en de Susumna zonder enige beperkingen binnen gaan.

20.Wanneer de Prana door Susumna stroomt, is het Manonmani stadium bereikt. Zo niet, dan zijn de andere oefeningen niet meer dan inspanning voor de Yogi.

21. Hij die zijn ademhaling onderbreekt (in bedwang houdt), houdt ook de geest in bedwang. Hij die de geest onder controle heeft, heeft ook de ademhaling onder controle.

22. De (activiteit van de) geest heeft twee oorzaken:

  • De Prana en de Vasana-s (verkregen neigingen en indrukken). Als een van deze onbeweeglijk wordt, dan stopt de andere ook.


23. Waar de geest rustig geworden is, daar wordt de Prana tegengehouden; en waar de Prana volledig onder controle is, daar is de geest rustig.

24. Geest en prana zijn gemengd als melk en water, en hun activiteiten vallen samen. Waar (activiteit van de) Prana is, is de (activiteit van) geest, waar (dat van) de geest is, is (dat van) de Prana.

25. Als de een tegengehouden wordt, wordt de ander stilgezet. Als de een handelt, handelt de ander (ook). Wanneer zij niet rustig zijn, zijn alle zintuigen actief; als zij onder controle zijn is de staat van bevrijding bereikt.

26. Kwik (zilver) en geest zijn onrustig van nature. Als kwik en geest onder controle (d.w.z. gestabiliseerd) zijn, wat is dan onmogelijk te verkrijgen op deze aarde? 

27. 0, Parvati! Kwik, en zo ook Prana, wanneer zij onbeweeglijk gemaakt zijn, vernietigen ziekten; als (zij zelf) dood (d.w.z. niet-actief) zijn, geven zij leven; als zij onder controle zijn, maken zij het mogelijk (voor personen) om op te stijgen in de lucht.

Kwik wordt vast en onbeweeglijk gemaakt door het gebruik van kruiden; de Prana wordt onbeweeglijk gemaakt wanneer deze geabsorbeerd wordt in de Brahmarandhra door Kumbhaka. Wanneer kwik onder controle is (door een bepaald proces) en teruggebracht tot de vorm van een pil, wordt het GAHANAGUTIKA genoemd, en door het in de mond te stoppen kan men opstijgen in de lucht.

Op dezelfde manier maakt Prana, het mogelijk om in de lucht op te stijgen. Als het in het centrum tussen de twee wenkbrauwen vastgehouden wordt. De Goraksasataka zegt: Tussen de wenkbrauwen verschijnt een ronde vlek, zwart als een bal van kool. Het is de essentie van Vayu, en zijn voorzittende godin is Isvara. Door de Prana samen met de geest twee uur in bedwang te houden in deze Chakra geeft het een Yogi kracht om in de lucht op te stijgen.

28. Als de geest kalm is, is de Prana stabiel, en daarom is er stabiliteit van zaad (sperma). Er is altijd kracht als het zaad stabiel is, en het geeft het lichaam stabiliteit.

29. De geest is de heer van de zintuigen; de Prana is de heer van de geest; samensmelting (laya) is de heer van de Prana en die samensmelting heeft Nada (het innerlijk geluid) als basis.

30. Dit op zich het rustig zijn van de geest] kan bevrijding genoemd worden; anderen kunnen zeggen dat dit het niet is.(Alhoewel) wanneer de Prana en de geest in een stadium van samensmelting zijn, volgt een ondefinieerbare gelukzaligheid.

31. Wanneer inademing en uitademing gestaakt zijn, als alle opname van objecten (door de zintuigen) volledig gestaakt is, als er geen beweging van het lichaam is, en geen verandering van de geest is, is er voor de Yogi succes in samensmelting (laya).

32. Wanneer alle mentale transformaties (SAMKALPA) volledig gestaakt zijn en er geen fysieke beweging is, volgt een onbeschrijflijke staat van samensmelting, die bekend is bij het zelf, maar verder gaat dan het bereik van woorden.

33. Waar het zien (naar toe gericht) is, daar (in Brahman) is samensmelting. Dat (Avidya) waarin de elementen (zoals aarde) en de zintuigen (horen, etc) eeuwig bestaan en die Kracht (sakti) die in alle levende dingen is, deze beide zijn opgelost in het karakterloze (Brahman).

34. Mensen zeggen “laya, laya”, maar wat is de aard van laya? Laya in het niet-herinneren van de objecten van zintuigen door het niet-terugkeren van vroeger opgedane indrukken en neigingen (vasana-s).

35. De Veda-s, Sastra-s en Purana-s zijn als gewone courtisanen omdat zij beschikbaar zijn voor alle mannen. Maar de Sambhavi-mudra wordt bewaakt als een uit goede familie geboren vrouw.

36. (De SAMBHAVI-MUDRA wordt beschreven): Concentratie op het innerlijk object (in elke cakra van de Muladhara tot de Brahmarandhra), terwijl het uiterlijke zicht vrij is van knipperen, dit is die Sambhavi-mudra die bewaard is in de Veda-s en sastra-s.

37. Als de yogi met zijn geest en adem in het innerlijke object versmolten blijft, als zijn pupillen bewegingloos zijn, als, hoewel zijn ogen opnemen zonder, hij niet ziet [d.w.z. de objecten niet pakt], is het inderdaad de Sambhavi-mudra. Als het door de genade van de Guru behaald is, is het die staat van Sambhu, welke anders is dan het leeg en het niet-leeg, die Realiteit manifesteert zichzelf (aan de yogi).

De aandacht zou gericht moeten worden op de Anahata-cakra en het object van innerlijke contemplatie is Isvara met attributen, of Brahman, welke het echte object van de twee zinnen is,’Dat Gij zijt’ en ‘1k ben Brahman’. Het is niet de leegte, omdat in de contemplatie van het innerlijke object, is er de natuur van sat (zijn). Het is anders dan niet-leegte, omdat zelfs dit object later ophoudt te bestaan.

38. De Sambhavi en de Khecari Mudra-s, hoewel verschillend in de positie (van de ogen) en plaats (waarop de aandacht van de geest gericht is, beide) brengen het geluk van samensmelting van de geest in de leegte, die (de atman) van de aard van gelukzaligheids-bewustzijn is.

Het wordt leegte genoemd, omdat het niet beïnvloed wordt door Tijd, Plaats of Materie. Het is leeg van dingen zoals het zelf en ook van dingen anders dan het zelf. Van de posities van de Twee Mudra-s wordt gezegd dat zij verschillend zijn, omdat in de Sambhavi-mudra de ogen naar buiten gericht zijn en in de Khecari, op het centrum van de wenkbrauwen. De plaatsen zijn verschillend, omdat in de Sambhavi-mudra, de aandacht gericht is op de Anahata-cakra, en in de Khecari-mudra op de Ajna-cakra.

39. Richt de pupillen (van de ogen) naar het licht dat gezien wordt als men concentreert op het puntje van de neus en hef de wenkbrauwen een beetje op. Concentreer de geest volgens de voorgaande oefening, en al snel is het UNMANI stadium bereikt.

De voorgaande oefening verwijst naar de concentratie op het innerlijk object, etc. van de Sambhavi­mudra.(Hoofdstuk 4.36).

40. Sommigen worden verward door de valstrikken van de AGAMA’S sommigen door de Vedische verwarringen, en anderen door redeneringen; zij weten niets van wat een persoon in staat stelt over te steken (de oceaan van bestaan, namelijk de UNMANI-AVASTHA).

De Agama-s waar naar verwezen wordt zijn de Sastraische en Tantrische teksten.

41. Met half gesloten ogen en een rustige geest, met de ogen gericht op het puntje van de neus, degene in wie de Zon (Pingala) en de Maan (Ida) ook zijn terug gebracht tot een stadium van afwachting, die in een bewegingloze conditie is (van lichaam, zintuigen en geest), hij verkrijgt die verblijfplaats welke van de vorm van licht is, dat de bron van alles is, Alles is, schitterend, de hoogte realiteit. Wat kan hier nog meer over gezegd worden?Vasistha zegt: “Als de ogen gericht zijn op het puntje van de neus of ongeveer twaalf ANGULA-s ervan af, op het wolkenloze firmament (AKASA), houden de golven van de Prana en van bewustzijn op te bestaan”.

42. Vereer de Linga niet overdag, en ook niet in de nacht. Door de nacht en de dag te stoppen, moet de Linga altijd vereerd worden.

Linga betekent hier het Zelf (Atman), de bron van elke schepping. Het is dag als de Prana door de Zon of de Pingala stroomt; en het is nacht als het door de maan of Ida vloeit.
Men moet niet contempleren op Atman wanneer de Prana door een van beide stroomt. Men moet de baan van Prana door Ida en Pingala stoppen en het door Susumsna laten stromen wanneer men op het ZELF contempleert.

43. Dan (wordt) KHECARI-MUDRA (beschreven): Als de Prana, die in de linker en de rechter Nadi-s is, door het midden [Susumna] stroomt, in dat stadium wordt de Kecari-mudra perfect. Hier is geen twijfel over.

44. Als de leegte (sunya) tussen de Ida en de Pingala de Prana opslokt, is de Khecari-mudra daar perfect. Dit is ongetwijfeld een feit.

‘Opslokken’ van de Prana betekent dat de Prana rustig in Susumna vastgehouden wordt.

45. Tussen Ida en Pingala in de onondersteunde (NIRALAMBA) ruimte, waar de VYOMA-cakra is, is de Mudra die beoefend wordt Khecari genaamd.

46. (De Khecari-mudra) waarin de stroom (nectar) vloeit van de Maan, is de geliefde van Siva in zichtbare vorm. De mond van de niet te evenaren, goddelijke Susumna moet gevuld worden aan het achterste einde (door de tong omboog gedraaid naar de bovenkant van het gehemelte).

47. De Susumna moet ook aan het voorste eind gevuld worden (door het vasthouden) van Prana. Het is (dan) de echte Khecari. Door de beoefening van Khecari-mudra, volgt de Unmani-avastba.

Als de Susumna niet gevuld wordt door Prana aan het voorste eind, maar alleen door de Khecari­mudra, d.w.z. door de positie van de tong aan bet achterste eind, leidt dit tot een staat van bedwel­ming. Dit is niet de echte Khecari-mudra.

48. Tussen de wenkbrauwen is de zetel van Siva, waarin de geest rustig is. Deze staat is bekend als de TURYA (vierde staat van bewustzijn, na de stadia van waken, dromen, droomloze slaap). Daar bestaat Tijd (Dood) niet.

49. Men moet de Kbecari beoefenen, tot de Yoga-slaap ervaren wordt. Voor degene die in deze Yoga-slaap is, bestaat Tijd (de Dood) niet.

50. Na de geest krachtloos te hebben gemaakt (het bevrijden van elk object en concept), moet men aan niets denken. Hij is dan inderdaad als een pot van binnen en van buiten gevuld met AKASA.

51. Als de uitgaande adem gestopt is (door beoefening van Khecari), dan is ook de middelste (de adem in het lichaam ook gestopt). Hier over is geen twijfel. Dan wordt Prana, samen met de geest, stil op zijn eigen plaats (Brabmarandbra).

52. (In de beoefenaar) die zo de baan van Prana (d.w.z. door de Susumna) dag en nacht beoefent, waar de Prana door oefening wordt opgenomen, daar wordt de geest ook geabsorbeerd.

53. Men moet het lichaam van top tot voet laten overstromen met de nectar (stromend van de Maan). Dan wordt bij begiftigd met een goed lichaam, grote kracht en moed. Zo (is) de khecari (beschreven).

54. Concentreer de geest in Shakti (kundalini) en houd de shakti in het centrum van de geest, observeer de geest met de geest en maak de opperste staat het doel van de meditatie.
De betekenis schijnt te zijn door Prana en de geest naar Bramarandhra te brengen en te contempleren op kundalini Shakti worden de geest en Kundalini tot een verenigd.

55. Plaats het zelf (Atman) in het midden van Akasa en de akasa in het midden van het zelf: en door alles tot de aard van akasa terug te brengen, aan niets anders denken.

Hier betekent Akasa Brahman waarin men het zelf moet oplossen door meditatie in de vorm van “Brahman, ben ik” en “ ik ben Brahman”. Dan moet zelfs een dergelijke meditatie waarin geen aandacht gegeven wordt aan subject en object, ophouden.

56. Leegte binnen, leegte buiten leegte als een druppel in de ruimte (akasa), vol van binnen, vol van buiten, vol als een druppel in de oceaan. Zo is de staat van de Yogi in meditatie). Leeg binnen en buiten omdat het bewustzijn ongevoelig geworden is van het zelf en van wat er buiten is; en vol omdat het Brahman geworden is, van binnen en van buiten.

57. Er moet geen gedachte zijn voor de buitenwereld en geen gedachten voor innerlijke zaken. Door elke gedachte (subjectief en objectief) uit te bannen moet hij nergens aan denken.

58. Het gehele heelal is het product van gedachten alleen. Het spel van de geest wordt alleen door gedachten geschapen. Door boven de geest, die samengesteld is uit gedachten (transformaties) uit te stijgen,rust in het onveranderlijke”. Dan, O Rama, zult u zeker Vrede vinden.

Dit is overgenomen uit de Yoga-Vasistha. In de opperste staat is geen speler, genieter, niet iemand die iets ervaart ! Er “bestaat” geen tweede. Niets bestaat zonder en niets komt er vandaan. Het wordt niet beïnvloed door Tijd- Ruimte en Materie. Daarom is het vrij van enige verandering.

59. Zoals kamfer in vuur, zoals zout in water, zo lost de geest op in contact met Realiteit.

60. Alles dat gekend kan worden (en alles dat) gekend is, en kennis (zelf). Is de geest. Wanneer kennis en het gekende verloren zijn samen (met de geest), dan is er geen tweede manier (d.w.z. geen dualiteit).

61. Wat er ook in deze wereld is, zowel beweeglijk als onbeweeglijk, dit alles is de verschijning van de geest. Wanneer de geest de trancendente staat (Unmani-bhava) bereikt dan wordt dualiteit zeker niet ervaren!

62. Aangezien alle objecten van kennis losgelaten worden, wordt de geest opgeslokt (in absoluut Zijn, Bewustzijn, Gelukzaligheid) Wanneer de geest zo opgeslokt is, dan blijft de staat van absoluut Zijn (Kaivalya) (alleen) over.

63. Zo zijn de wegen naar Samadhi, bestaande uit verschillende methodes beschreven door de grote oude leraren, “volledig” gebaseerd op hun eigen ervaring.

64. Gegroet zij Susumna Kundalini, de nectar, die de stroomt van de maan, Manonmani (staat) en de grote Kracht in de vorm van puur Bewustzijn.

65. Nu begin ik de beoefening van devotie aan Nada (anahata of ongehoord geluid ) te beschrijven dat onderwezen is door Goraksanatha, dat zelfs geschikt is voor onwetenden, die niet (direct) in staat zijn de Waarheid te begrijpen.

66. De Oerheer (Siva) heeft tien en een kwart miljoen effectieve manieren uitgelegd om laya te verkrijgen; maar wij denken dat de enige, toewijding aan Nada alleen, de belangrijkste van de (wegen tot) laya is.

67. De Yogi, zittend in de Muktasanahouding en bezig met Sambhavi-mudra moet met geconcentreerde geest luisteren naar het innerlijk geluid, dat gehoord wordt in het rechter oor.

68. Sluit de oren, beide ogen, de neus en de mond; dan wordt een helder en duidelijk geluid gehoord in het zuivere Susumna kanaal.

De oren moeten gesloten worden met de duimen van beide handen, de ogen met de wijsvingers, de neus met de middel- en ringvingers en de mond met de rest. Dit is de Paranmukhi-mudra.

69. In alle vormen van Yoga zijn vier stadia. Arambha, Ghata, Paricaya en Nispatti.

70. Dan wordt Arambhavastha (beschreven): Wanneer de knoop van Brahma (Brahma-granthi, dat zich in de Anahata-cakra bevindt) wordt doorboord (door Pranayama), dan bestaat gelukzaligheid, die opstijgt uit de leegte (sunya of akasa van het hart). Verschillende tinkelende geluiden (als van versieringen) en het ongeslagen geluid (anahata-dbvani ) worden gehoord (in het midden) van het lichaam.

71. Bij het begin (van het geluid) in de leegte, heeft de Yogi een glanzend lichaam, bij is stralend, met een fijne geur, vrij van ziekte en hij heeft een vol hart (d.w.z. vol van Prana en Gelukzaligheid). De akasa van de Anahata- cakra (hart) heet sunya die van Visuddbi-cakra (keel) Atisunya en die van de Ajna-cakra (voorhoofd) Mahasunya.

72. Dan wordt de Ghatavastba (bescbreven): In het tweede (stadium), verenigt de Prana (met Apana , Nada en Bindu) en komt in de middelste cakra. Dan wordt de yogi stevig in zijn houding (asana), wijs en vergelijkbaar met de Goden.

In dit stadium zijn de Prana en de Apana, de Nada en Bindu de Jivatman en de Paramatman verenigd. De middelste cakra is de Visuddbi-cakra in de keel.

73. Wanneer de knoop van Visnu (Visnu-granti die zich in de keel bevindt) dan doorboord wordt (door de Prana in kumbbaka), dan is er de belofte van opperste gelukzaligheid. In de Atisunya dan klinkt het rommelend geluid als van een pauk.

74. Dan wordt de Paricayavasta (beschreven): In het derde stadium wordt het geluid van een trom (mardala) gehoord in de akasa (tussen de wenkbrauwen). Dan bereikt (de Prana) de Mabasunya, dat de zetel is van de siddhi’s.

75. Na de gelukzalige staat van de geest (als gevolg van het horen van de geluiden) volgt de ervaring van de natuurlijke staat van gelukzaligheid (van Atman). Dan wordt bij vrij van ontrege­lingen (door de stemmingen), pijn, ouderdom, ziekte, honger en slaperigheid.

76. Dan wordt NISPATTYAVASTHA (beschreven): Na het breken van de knoop van Rudra (Rudra-granthi die zich in Ajna cakra bevindt) bereikt de Prana de zetel van Isvara (die zich bevindt in de akasa tussen de wenkbrauwen). In Nispatti wordt een geluid gehoord als van de fluit, dat lijkt op de weerklank van een vina (snaarinstrument).

80. Contemplatie op (ruimte tussen) de wenkbrauwen, leidt naar mijn mening tot het in korte tijd verkrijgen van de Unmani-avastha. Zelfs voor mensen met een bescheiden verstand is dit een geschikte manier om de staat van Raja ­yoga te verkrijgen. De staat van samensmelting vanuit Nada geeft directe ervaring. De resultaten die snel merkbaar zijn, zijn zeer overtuigend.

81. In de harten van grote Yogi’s, die in een staat van Samadhi blijven door concentratie op Nada is overvloed aan Gelukzaligheid onvergelijkelijk, die alle beschrijvingen te boven gaat, en die alleen de gezegende leraar (Sri Gurunatha) kent.

82. De contemplatieve mens (muni), zijn oren gesloten met de (duimen van de) handen, moet zijn geest richten op het (mystieke) geluid, (Dat van binnen wordt gehoord) totdat hij let onveranderlijke (Turya) bereikt.

83. Door het proces van constant luisteren, verdringt dit innerlijk geluid de geluiden van buitenaf. De Yogi (die toegewijd is aan Nada) overwint elke onstandvastigheid van geest in vijftien dagen en wordt gelukkig.

84. In de beginfase van de beoefening worden verschillende duidelijke innerlijke geluiden gehoord. Maar met wat ervaring, worden meer en meer subtiele (geluiden) gehoord.

85-86. In het begin worden verschillende geluiden gehoord in het lichaam die lijken op de geluiden van de oceaan, de regen op de pauk en de jarjara trom. In het midden lijken (de geluiden) op die van de trom (mardata), de trompet de klok en de hoorn. Tenslotte lijken de geluiden op die van tinkelende belletjes , de fluit, de “vina” en de bijen. Zo worden de verschillende geluiden uit het midden van het lichaam gehoord.

87. Zelfs wanneer de harde geluiden als van de regenbuien en de pauken worden gehoord moet de aandacht alleen gericht worden op de subtielere en nog subtielere geluiden.

88. Hoewel de aandacht van de harde naar de subtiele (geluiden) kan gaan, of van da subtiele naar de harde (tussen de innerlijke geluiden), mag deze toch niet afdwalen, omdat hij (van nature) onstandvastig is.

89. Op welk innerlijk geluid de geest zich als eerste ook richt, daarin bereikt het standvastigheid en wordt het opgelost samen met (het geluid, de geest).

Soetra 87,88 en 89 beschrijven Pratyahara, Dharana, Dhyana en Samadhi.

90. Zoals een bij, die honing drinkt, niet om de geur geeft, zo geeft de geest , die doordrenkt is in Nada, niet om de objecten (van genoegens).

91. De scherpe ijzeren stok van Nada houdt de geest, die lijkt op een bronstige olifant (moeilijke te controleren) dwalend door de tuin der zinnen, met succes in bedwang.

Hier wordt Pratyahara onderwezen, bestaande uit het terugtrekken van de geest van de objecten van de zintuigen.

92. Wanneer de geest, na zich ontdaan te hebben van zijn rusteloosheid (veroorzaakt door zijn constante identificatie met de zintuigen), (standvastig) gehouden wordt door Nada, wordt hij volkomen bewegingloos, als een vogel die zijn vleugels verloren heeft.

Wanneer Prana onder controle is door Pranayama, en de zintuigen door Pratyahara, moet de geest zich concentreren op de plaats van al het goede. God. Dit is Dharana.

93. Iemand die beheersing in Yoga wil verkrijgen moet alle mentale activiteit stoppen en moet met een volledig geconcentreerde geest, mediteren op Nada alleen. Dat wil zeggen, zijn geest wordt een met de Nada, dat is de staat van Dhyana.

94. Nada lijkt op het net dat het hert daarin (d.w.z. de geest) gevangen houdt en het is ook de jager die het hert daarin (de geest) doodt.

Zoals de jager, trekt Nada eerst de geest aan en bindt haar, en doodt het dan, d.w.z. het stopt de natuurlijke onstandvastigheid van de geest en neemt het dan in zich op.

95. Het (Nada) is als de grendel; die het paard (d.w.z. de geest) binnen houdt van een zelf-beheerste (yogi). Daarom moet een Yogi dagelijks meditatie op Nada beoefenen.

96. De geest is als kwikzilver dat, door de aktie van Nada die als zwavel is, wordt tegengehouden (hard gemaakt) en bevrijd van zijn rusteloosheid, en is in staat (stelt iemand in staat) om te bewegen door de steunloze lucht (dit is Brahman) zie soetra 27 hoofdstuk 4 en commentaar.

97. De geest is als een slang van binnen, die bij het boren van Nada, alles vergeet en, geabsorbeerd in dat ene, nergens anders naar toe gaat. Wanneer er geen ideeenvorming is, wordt het Samadhi genoemd. Sam prajnata Samadhi wordt hier beschreven, zoals het gedefinieerd is door Patanjali.

98. Het vuur dat brandt in een stuk hout dooft met het (verbrande) hout. Zo ook wordt de geest, gericht op Nada, ermee versmolten.

Wanneer de Rajas en Tamas eigenschappen vernietigd zijn, blijft alleen de Sattva eigenschap over. De Maitrayani-upanisad zegt: Zoals het vuur, wanneer de olie opgebrand is, is opgegaan in zijn bron, zo wordt de geest, wanneer de wijzigingen gestopt zijn, opgenomen in zijn bron.

99. De geest is als een hert aangetrokken door geluid van klokken enz. en stil is blijven staan en (daarom) makkelijk gedood (d.w.z. volledig tot rust gebracht) door iemand die bekwaam is in het beheersen van Prana (boogschieten).

De geest versmolten in Nada, is vrij van alle wijzigingen. Dan kan de Yogi, zoals een boogschutter het doden door zijn adem te richten naar de Brahmarandhra door Susumna: Zoals gezegd in de Mundaka-upanisad, Pranava is de boog, Atman de pijl en Brahman het doel! Wanneer iemand zorgvuldig op het doel schiet, wordt hij daarmee een.

100. Er is het geluid van de mystieke weerklank, dat gehoord wordt. De essentie van dat geluid is het (opperste) object van kennis (dit is het zelf-verlichte absolute Bewustzijn). De geest wordt een met dat object van kennis. Dat is de opperste staat van Visnu (het alles doordringende Zelf).

101. De gedachte van Akasa (de basis van geluid) bestaat zolang geluid wordt gehoord. De geluidloze, opperste Realiteit (Brahman) wordt het opperste Zelf (Atman) genoemd. De oorspronkelijke natuurlijke staat waarin de geest vrij van alle wijzigingen bestaat heet Parabrahman en Paramatman.

102. Wat er ook gehoord wordt van de aard van de mystieke Nada is zeker Sakti. Datgene waarin alle elementen (tattvas) opgelost worden, het vormloze (Zijn), dat is de hoogste God (Paramesvara). Zo eindigt het onderzoek van Nada. 

Vanaf soetra 98 t/m 102 wordt Asamprajnata Samadbi beschreven De tattva’s zijn categorieën van manifestaties volgens Samkbya.

103. Alle processen van Hatha en Laya yoga zijn slechts middelen om Raja-yoga te verkrijgen. Degene die Raya-Yoga heeft bereikt overwint Tij (de dood).

104. Geest (tattva) is het zaad, Hatha-Yoga is de aarde en volledige begeerteloosheid is het water. Met deze drie, ontspruit de Kalpa-vrksa, (dit is de Unmani-avastha) onmiddellijk.
De Kalpa-vrksa is een mythologische boom, die alle wensen vervult. In de Unmani-avastha (transcendente staat) wordt volledige vervulling gevonden.

105. Door constante meditatie op Nada, worden alle ongewenste opgehoopte neigingen (papa’s) uitgeroeid. De geest en de Prana worden (zo) definitief opgenomen in het smetteloze (Bewustzijn dat vrij is van guna’s of karaktereigenschappen).

106. Tijdens de Unmani-avastha wordt het lichaam geheel als een stuk hout en de Yogi hoort zelfs niet het (harde) geluid van een trompet of dundubhi (grote trom)

107. De Yogi die alle staten doorlopen heeft en bevrijd is van alle gedachten (en herinneringen) en die dood (d.w.z. onberoerd door uiterlijke opwinding) lijkt, is zonder twijfel bevrijd.

108. Een Yogi in Samadhi wordt niet opgeslokt door het vergaan van Tijd (dood). Hij wordt niet beroerd door (de vruchten van ) aktie (karman). Hij kan onder geen enkele invloed (van personen, magische rituelen enz.) vallen.

109. Een Yogi in Samadhi neemt geen geur, smaak, vorm of kleur, aanraking of geluid waar; Hij let niet op zichzelf of op anderen.

110. Iemand van wie de geest slaapt noch waakt, (wiens geest) vrij is van herinneringen en van vergeetachtigheid, die niet in onbewustheid gaat, noch in actie komt, diegene is waarlijk bevrijd.

 

Men zegt dat de geest slaapt wanneer het de kracht om objecten waar te nemen verliest, omdat tamas alle organen overschaduwt en zowel de Rajas als de Sattva eigenschappen overheerst. De geest  is niet wakker omdat er in de staat van Samadhi geen ervaring van de objecten der zinnen is. De geest is vrij van herinnering (smrti) omdat er geen gelijke modificaties van de geest zijn, en omdat het niet ontwaakt uit die staat. De geest is vrij van vergeetachtigheid (vismrti) omdat er geen gedachte impressies zijn die herinneringen voortbrengen. De geest gaat niet in vergetelheid omdat er nog resten van indrukken zijn. Het wordt niet aangezet tot actie omdat er geen wijzigingen van de geest zijn om het in actie te laten komen. 

111. Een Yogi in Samadhi heeft geen last van hitte of kou, pijn of plezier, eer of schande. 

112. Inderdaad is diegene bevrijd, die flink is (d.w.z. wiens zinnen en geest helder en zonder schaduw zijn), die zich in de wakende staat bevindt en toch lijkt te slapen, zonder in- en uitademing (door Kumbhaka).

Flink zijn omvat niet de staten apathie en trance. De wakende staat (Jagrad-avastha), betekent de uitzondering van droom (svapna) en diepe slaap (susupti). De Yogi lijkt te slapen omdat hij totaal bewegingloos is.

113. Een Yogi in Samadhi kan niet gewond worden door enig wapen niet vermoord worden door wie dan ook, kan niet overheerst worden door het gebruik van mantra’s en yantra’s (betoveringen en magische tekenen).

114. Zolang Prana niet in het midden kanaal (Susumna) stroomt en Brahmarandhra binnen gaat, zo lang het zaad niet stil wordt door het vasthouden van de adem, zolang de geest, in meditatie, niet de natuurlijke staat (van het object van contemplatie d.i. Brahman) bereikt, zolang houden zij die spreken van spirituele kennis, zich alleen maar bezig met opschepperig en leugenachtig gepraat.