Yoga - Meditatie - Ayurveda

Het boeddhisme

Het boeddhisme

 

Een praktische levenswijze

 

Aan het begin van deze eeuw was het Boeddhisme eigenlijk alleen nog maar bekend in Azië. Nu is het Boeddhisme een wereldreligie. De meeste boeddhisten die in Nederland wonen, zijn afkomstig uit China of Hongkong. Het Boeddhisme is een praktische levenswijze, zonder dogma of ideologie, waarbij de mens centraal staat. De leer van Boeddha wordt gesymboliseerd door een wiel. Het aantal spaken duidt op het achtvoudige pad dat ieder mens moet gaan om de verlichting te bereiken.

 

Leven en leer van Boeddha

 

De volgelingen hebben van de ideeën van Boeddha een godsdienst gemaakt. Zo ontwikkelden ze het idee van de ‘Drie juwelen’, dat de dagelijkse geloofsbelijdenis van elke boeddhist werd. Een andere naam voor de drie juwelen is ook wel de drie schuilplaatsen.

 

De Drie juwelen zijn:

  • De Boeddha die de weg naar de verlichting heeft gevonden en aan anderen heeft getoond.
  • De dharma, de leer over het wezen van de dingen.
  • De sangha, de gemeenschap der monniken, nonnen en leken.

 

Edele Waarheden

 

De twee belangrijkste samenvattingen van de leer van Boeddha zijn de vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad.
De vier waarheden vormen het hart van de leer van Boeddha. Onder de bodhiboom ontdekte Gautama de Boeddha vier waarheden over het lijden.

 

1. Het leven bestaat uit lijden (dukkha)
Al het bestaan is moeilijk, ellendig en vol leed. Ook als men vrij zou zijn van ellende, dan nog ziet men anderen lijden en dit veroorzaakt weer verdriet. Het niet bereiken wat men begeert is eveneens lijden.

 

2. De oorzaak van lijden is begeerte.
Het ontstaan van het lijden ligt in één bron: de begeerte, de gehechtheid aan het leven en hebzucht.

 

3. Opheffing van lijden door niet te begeren.
Als we de oorzaak weghalen verdwijnt het gevolg. Opheffing vindt plaats, als het besef doorbreekt dat men alles loslaat en alle gehechtheid aan het leven laat varen.

 

4. Opheffing van lijden via het Achtvoudige Pad.
De vierde waarheid is de weg (marga) die gevolgd moet worden om dit lijden op te heffen, het Achtvoudige pad.

 

Het Achtvoudige pad

 

De weg naar de verlossing is het Achtvoudige Pad en bestaat uit acht delen. Deze is gebaseerd op drie punten:

1. Ethisch gedrag (sila)

  •  juist spreken;
  •  juist handelen;
  •  juist leven (de kost verdienen).

 

2. Geestelijke discipline (samadhi)

  •  juiste inspanningen;
  •  juiste concentratie;
  •  juiste meditatie.

 

3. Wijsheid (prajna)

  •  juiste begrip;
  •  juiste kennis.

 

Karma

 

In dit leven bestaan grote verschillen tussen mensen. Dit is geen ‘goddelijke beschikking’ maar een gevolg van voorgaande handelingen. Ieder schept zijn eigen omstandigheden en kan zijn situatie ook verbeteren. Karma is bepalend voor de kwaliteit van de wedergeboorte.

 

Wedergeboorte

 

Na de dood verlaat de ziel het stoffelijk lichaam, om in een ander lichaam wedergeboren te worden. Dit kan ontelbare keren herhaald worden. Pas als wij beseffen hoe erg wij onszelf verbonden hebben met wereldse zaken zoals geld en/of jaloezie maken wij een kans om ons los te maken uit de eeuwigdurende kringloop van wedergeboorten.
 

Nirvana

 

Nirvana betekent ‘uitwaaien’ van de vlam der begeerte. Het betekent totale verlossing van angst en leed, van spanningen en lijden. Als de onwetendheid en het verlangen naar bestaan zijn vernietigd zal er geen wedergeboorte meer zijn.

 

De Sangha

 

Het derde in de reeks van de ‘Drie Juwelen’, die de boeddhist erkent, is de gemeenschap van edelen: zij die het pad van dharma bewandelen. Naast de monniken in het klooster zijn er leken, die in de wereld leven, die hen ondersteunen en om raad vragen.

 

Het bedelen

 

In de Vinaya staat dat de monniken (bhikkoes) het leven van een bedelmonnik dienen te leiden. In Aziatische landen wordt bedelen beschouwd als een aanvaardbare manier om in je levensonderhoud te voorzien. Een van de beste eigenschappen is vrijgevigheid en zo geven monniken de leken de kans zich verdienstelijk te maken door te geven.

 

Intrede

 

De toetreding tot de orde staat in principe voor iedereen open, ongeacht rang en stand en kaste. Hij moet zich houden aan een eeuwenlang voorschrift: geen privé-bezit.

 

Monniken

 

De monniken volgen een strenge leefwijze. Ze zijn celibatair (ongehuwd), hebben maar een paar noodzakelijke bezittingen en zijn afhankelijk van leken voor voedsel, kleding en onderdak. Tot de uitrusting van een monnik behoren onder andere: bedelnap, een scheermes, een naald en een zeef. De nap is een teken van Boeddha’s geestelijke heerschappij. Het zeefje dient om insecten uit zijn drinkwater te halen. Niet zozeer om zelf niet ziek te worden maar om de dieren te sparen.
 

De voorschriften

 

De boeddhistische monniken beloven aan de sangha dat zij zich aan de tien voorschriften, die uit de tijd van Boeddha komen, zullen houden. De leken doen dat omdat ze hopen in een volgend leven een beter leven te verkrijgen.

 

De onderstaande principes gelden eveneens voor de leken van de boeddhistische gemeenschap:

  • Niet doden.
  • Niet verkeerd spreken.
  • Geen drank en drugs gebruiken.
  • Niet stelen.
  • Geen ongepaste seksuele relaties.

 

Tibetaans Boeddhisme

 

Ongeveer 500 jaar na de dood van Boeddha ontstond de ‘Mahayana’- school, die het mededogen in het Boeddhisme benadrukte. Het streefdoel was dat zij, die de verlichting bereikt hadden zouden terugkeren naar de aarde om hen die nog steeds leden te onderwijzen en te helpen. Men noemde zo iemand een ‘Bodhisatva’. De Indische leraren die naar Tibet kwamen, legden de nadruk op deze versie van het Boeddhisme. Spoedig werden over het gehele land kloosters opgericht, met elk zijn eigen steeds opnieuw gereïncarneerde of welgeboren abt, die in een nieuw lichaam zou terugkeren om het werk van zijn voorganger voort te zetten. Dat was de situatie in de veertiende eeuw, toen de eerste Dalai Lama werd geboren. De Dalai Lama wordt als een reïncarnatie beschouwd van de bodhisatva Chenrezig, de Boeddha in zijn kwaliteit van mededogen.
 

Zen - boeddhisme

 

In de 6e eeuw n.Chr. heeft Bodhidarma, een uit India afkomstige monnik, in China de eerste Zen-school gesticht. Het Zen-boeddhisme heeft vooral in Japan een grote bloei doorgemaakt. Zen is een Japans woord, het betekent innerlijk aanschouwen, meditatie. Dat is niet te bereiken door de weg van het verstand, maar slechts door de intuïtie. Deze komt bij vlagen of in de vorm van flitsen van inzicht.

 

Belangrijke kenmerken van Zen:

  • afkeer van alle gefilosofeer;
  • het leven is het hier en nu;
  • geen godsdienst, maar een levensweg;
  • direct op de geest gericht.


Via de weg van meditatie, koans (raadsels) en soberheid bereikt de leerling iets als Satori (verlichting). Veel Zenleden vertoeven in een Zengemeenschap, een klooster. Leerlingen krijgen van de Zenmeester koans om over te mediteren. Een koan is een onoplosbaar raadsel waarop het logisch verstand stuk moet breken. Een bekende koan is: ‘Wanneer je in je handen klapt, hoor je geluid. Hoe is het geluid van één klappende hand?’

 

Een andere techniek is de mondo: een snelle uitwisseling van vragen en antwoorden, terwijl de discipel onmiddellijk moet antwoorden, zonder de kans te krijgen om na te denken. Het einddoel is dat het verstand zijn pogingen staakt, waardoor de geest vrij is om de verlichting (Satori ) te ontvangen.

 

Om te komen tot geestelijke bewustwording is de zogenaamde Zazen of meditatie in lotushouding. In Japan wordt het Zenboeddhisme vooral beoefend in de vorm van lichamelijke behendigheid. Naast de kunst van het bloemschikken en de ‘thee-ceremonie’ komt dit vooral tot uiting in sporten als kendo, boogschieten en judo.

      Het leven is een leerschool waarbij het er niet om gaat wat je doet, maar hoe je het doet. Concentratie is daarbij belangrijk.
 

Chinese Boeddhisten

 

In Nederland leven 35.000 Chinese Boeddhisten. Ze leven in een hechte en gesloten gemeenschap. De Chinese cultuur leert vooral respect uit te dragen voor de ander. Belangrijk is de piëteit, dit is onder alle omstandigheden gehoorzamen aan de wil van de ouders. Voor hen klaarstaan als ze iets nodig hebben, zoals ze dat ook voor jou altijd doen.

 

Belangrijk is het begrip schaamte. Iedere Chinees wordt al jong geleerd hoe zich in de sociale omgang, te gedragen. Niemand te kwetsen en de naam van de familie niet te schande maken. Er zijn twee typische kenmerken van hun geloof namelijk verering van voorouders en geloof in karma, het lot. Men zal altijd in huis, voor een altaartje wierook branden voor de vooroudergeesten; men moet ze goed verzorgen, anders brengen ze ziekte en verderf.

 

De belangrijkste manieren waarop de levenden de doden eer kunnen bewijzen is door:

  • de familiegraven en altaren te bezoeken;
  • wierook te branden en te offeren.

 

Chinezen geloven dat mensen onder een goed gesternte geboren kunnen zijn, dat er goede en slechte dagen zijn voor het ondernemen van bepaalde activiteiten en dat bij tegenslag alleen berusting helpt. Een groot deel van je levensloop ligt immers vast door je naam en het moment van geboorte.

 

 

 

 




yogakleding
Meditatiekussen

Menu